Ik zit achter mijn computer, en zie de woorden op het beeldscherm verschijnen alsof ik zit te toveren. Maar ik tover niet, ik praat. Ik praat over internet, social media, het lijkt wel alsof ik een eenzijdige gesprek voer met een collega. Maar ik praat tegen mijn MacBook, die inmiddels goed afgesteld begint te raken op mijn stem. Best saai dat die computer niet terug praat. Maar momenteel ben ik er heel blij mee, want ik werk allerlei tips uit die middelbare scholieren voor basisschool kinderen hebben gegeven over telefoongebruik.

“What happens on the Internet, stays on the Internet.” zegt een van de scholieren. Goed, die heeft de boodschap begrepen. “Zorg dat je jezelf blijft online! En probeer te zorgen dat je altijd afstand kan doen van social media!” zegt een ander. Ook die zit op het goede spoor. Twee weken geleden stond ik op een middelbare school voor de klas. Les gevend over online imago (wat je van jezelf op internet laat zien) en hoe die zich verhoudt tot je identiteit (wie je van binnen bent). Wat was het leuk, uitdagend en inspirerend. Als ik erop terugkijk, ben ik heel blij dat ik die uitdaging heb aangenomen. Normaal sta ik als gast docent bij basisscholen voor de klas, de middelbare is echt even andere koek.

Eenmaal thuisgekomen, na die lange dagen lesgeven, dacht ik er niet zo over hoor. Ik was gewoon totaal uitgeput. Kon er niets meer bij hebben. Dacht: “sluit mij maar even op in een donkere grot”. Totaal overprikkeld en me de hele dag energiek gepresenteerd. Maar toch, ook was ik trots!

Inmiddels ben ik dus twee weken (veel uitrusttijd en ook nog een griepje) verder, er zit ik hier tegen mijn computer te praten.

Voor sommige dingen is dat serieus super handig. Mocht je het overwegen: het is even doorzetten, maar als je veel moet overtypen (zoals notities of door anderen geschreven teksten) dan is het fantastisch. Het scheelt mij een behoorlijk wat vingerpijn aan het eind van de dag.

Bij het schrijven van dit soort verhalen? Dan is het helemaal niks!

Ik probeer het, terwijl ik dit verhaal schrijf, maar ik moet zo goed nadenken over hoe ik articuleer en controleren wat er op mijn beeldscherm verschijnt, dat het lastig is om ook nog na te denken over wat ik nou eigenlijk wil schrijven. Dit verhaaltje is dus misschien iets minder gevat dan normaal. Het loopt misschien iets minder lekker,  ben wel benieuwd wat jullie ervan vinden?

Als ik typ heb ik daar dan weer helemaal geen last van. Ik typ al vloeiend, met 10 vingers, sinds mijn 12e. Met veel plezier overigens, ik zou de hele dag kunnen doen (mocht ik niet van die gekke, opstandige handen hebben). In het begin moest ik vast ook nadenken over het typen, maar ik herinner me dat niet meer. Inmiddels kan ik namelijk ontzettend goed nadenken terwijl ik aan het typen ben. Maar nadenken terwijl ik tegen een computer praat, dat lukt dus niet.

Zou ik het nog meer moeten oefenen?

Langer doorgaan? Of is dit iets wat mijn hersenen gewoon niet kunnen rijmen met elkaar? Nou ja, we zien het wel. In sommige gevallen ben ik er in ieder geval ontzettend goed mee geholpen.

Jij ook (al)?

Eline Kwantes is 34 jaar en woont met haar jonge gezin in Uitgeest. Ze heeft een eigen bedrijf, dat zich in het basisonderwijs bezig houdt met digitale media en “toekomstdenken” over nieuwe technologie. Daarnaast is ze het liefst zo vaak mogelijk in de natuur en is hobbychocolatier. Ze worstelt regelmatig met (vermoeidheid en pijn door) RA. Je kan haar tegen het lijf lopen bij de Hydrotherapie op donderdag.