Ik zit op een of ander landgoed, omdat ik morgen een dag werk aan de andere kant van het land. Het regent dat het giet. Ik zit buiten, heel chique, onder een terrasverwarmer, terwijl het regent en waait hier om me heen. Ben net uit de sauna gerold en heb daarvoor gezwommen. Daarvoor weer, zat ik een krappe twee uur in de auto, om hier te komen. Morgen nog een klein stukje rijden, dan ben ik op de plaats van mijn ‘klus’…

Ik voel met net een prinses. Maar daar gaat dit verhaal niet over.

Waar het wel over gaat? Nou… vanavond, de hele avond al, raast de wind door mijn hoofd. Ik moet continu denken aan wat iemand (uit mijn werkveld) laatst spontaan zei. Ze heeft zich in ontelbaar veel zaken verdiept, zowel empirisch als spiritueel, waaronder de Ayurvedische tradities en -types. Uit het niets, voor mijn gevoel dan, zei ze: “Jij bent een wind! In alles wat je doet raas je voorbij, je zit vol met ideeen en energie. Je maakt continu opzwepende gebaren. Ik stel me zo voor dat je van het ene in het ander vliegt.”

Het is waar. Wat ze zegt. Ik ben een wind-type.

En nu, de hele avond al, kan ik niet “aarden”. Ik kom niet tot rust, ik zit boordevol positieve energie. Mega veel ideeën. Hupsakee, wanneer gaan we aan de slag? In zo een staat bedenk ik regelmatig nieuwe concepten, soms eens een nieuw bedrijf, ga ik op verkenningsreis in mijn eigen toekomst en denk ik vooral ook veel na over hoe de wereld eigenlijk werkt en waarom.

De wind. Het is zo ontzettend moeilijk om hem te doen kalmeren.

Zoals de natuur ook gewoon doet wat hij wil, lijkt dat in mijn hoofd ook wel te gebeuren. Begrijp me niet verkeerd hoor, het liefst leef ik de hele dag met de wind in mijn hoofd!

De wind. De prachtige, inspirerende wind.

In de natuur heeft hij onder andere de rol om zaden over de wereld te verspreiden. Zodat nieuwe planten kunnen groeien. Eigenlijk werkt het in mijn hoofd niet veel anders. Het voelt alsof talloze zaadjes in het rond razen. Zie dat zo voor me als een soort wervelwind. Maar welke zaadjes pak je vast? Veel mogen sneuvelen. Die bereiken de diepe grond niet. Want niet alle ideeën en gedachten zijn opbouwend of nuttig. En sommigen komen meer op de voorgrond. Ze komen misschien ooit zelfs tot uiting.

Even een uitstapje in mijn hoofd, om je een beeld te geven van het effect van de wind: een paar dagen geleden bedacht ik dat ik, gewoon omdat het kan, toffe haarbanden, -spelden en -elastiekjes voor meiden zou kunnen maken. Zelf naaien, met hergebruikte stoffen (misschien met shirts die je niet meer past?), allemaal uniek.

Zie het dan al helemaal voor me.

Een kraampje, waar alles is uitgestald. Meisjes (en ook jongens, who cares, ook dat moet kunnen), die ik dan meteen even heel mooi kan schminken als ze er toch zijn… Mijn dagen slijten op gezellige marktjes, het liefst middenin het groen.

Mijn hoofd kan zo heerlijk afdwalen. Genieten van deze droombeelden die nooit waarheid zullen worden. Want ik heb tegelijkertijd helemaal geen zin om al schminkend de wereld in te trekken, met kisten vol haarelastiekjes…

Of toch wel? …altijd is er die twijfel.

Is dit een belangrijk zaadje? Helpt dit mij verder in mijn rol, in dit leven? Leer ik er iets van? Vind ik het leuk? Ik voel het alsof ik aan mezelf verplicht ben die gedachten een beetje ruimte te geven. Net zoals dat ik in mijn hoofd al een hele eigenaardige chocolaterie heb, een heerlijk relaxed bio-koffietentje, in een ander land ben gaan wonen of de wereld over trek met mijn gezin, terwijl we samen een reggae band hebben gevormd!

Nou ja, dat dus. Mijn hoofd kan echt op hol slaan.

Sommige dingen maak ik, ik denk om deze reden, wel concreet. Want ik creëer graag. Dat lijk ik wel nodig te hebben, om de wind een soort-van-fysiek te maken. Letterlijk uit mijn handen te laten komen. Want als het allemaal in mijn hoofd blijft, stroomt het over. Zo schilder ik soms, als ik daar zin in heb. Vroeger maakte ik van alles op de computer met photoshop en flash. En nog veel eerder speelde ik piano en componeerde ik mijn eigen liedjes (nee, nu niet meer, helaas).

Ik maak tegenwoordig wel zelf chocolade. Ik kan dingen in elkaar zetten, lekker timmeren, als ik daar zin in heb. Ik werk graag in de tuin – juist omdat ik daar zelf beperkt de controle over heb, dat boeit me – maar fysiek wil dat natuurlijk niet altijd… Eigenlijk denk ik dat ik alles wel durf te proberen. En mijn hoofd wil uiteraard ook alles doen!

Maar het lijf denkt daar anders over. Tegenwoordig gaat dat bij mij in een aantal stappen.

Eerst hobbelt mijn lijf er achteraan. Als een koe die terug moet naar zijn stal… Sloom en misschien zelfs onwillig. Slof. Slof. Slof. Slof. Het moet maar… we volgen de meute. In het rijtje. Terug naar de basis. Want ik ben moe. Heel moe.

Tot het moment aanbreekt dat het hoofd ineens stil valt. De wind is gaan liggen. Ik ben even klaar (en soms denk ik daarbij ook: “eindelijk!”). Het is leeg. Bijvoorbeeld zoals nu, na het schrijven van dit verhaaltje.

De leegte maakt ruimte.

Ruimte voor dat altijd terugkerende besef. Ik heb het lijf nodig! Samen met dat lijf wil ik morgen, volgende week en nog veel langer, ook van alles beleven. We zijn een.

En als dat besef binnenkomt, is het goed. Het lijf gaat nu als een kat terug naar zijn mand. Krult zich op en geeft zich over aan warmte. Zachtheid. Sereniteit.

De nodige zaadjes kunnen zich nu ontspruiten in de aarde. Want ik ga slapen.